Een speurtocht “van de oude stempel”
Inge de Bie: Dierenroof
Illustraties: Wilbert van der Steen
The House of Books, 221 p.
Uit kinderboerderij de Beestenberg in het dorp Oudestad zijn twee oude papegaaien en een babygeitje gestolen. Niemand weet waar de dieren zijn en waarom ze gestolen werden. En WIE zit er achter de diefstallen?
Veerle, een meisje dat sinds zes maanden in Oudestad woont, gaat samen met Bart, Haidar (BH), haar beste vriendin Juul en met Saskia, een klasgenootje, op onderzoek uit. Dit boek biedt geen actie om de actie, er komen geen gesofistikeerde spullen aan bod om de kinderen dit onderzoek te laten voeren, zoals walkietalkies of zelfs maar mobiele telefoons. Enkel Karst heeft er eentje. Het ontbreken van deze elementen, maken het boek geloofwaardig. Wanneer je trouwens actie om de actie zou willen inbouwen, kun je je personages best heldhaftig laten zijn, ten koste van de geloofwaardigheid, en een advertentie in de krant laten zetten, maar Veerle weet dat dit veel te duur is! Het blijft dus bij een advertentietje bij de friettent, dat mag gratis. Ook internet is in dit boek in geen velden of wegen te bekennen. Zo blijft de speurtocht een heerlijk nuchtere onderneming xe2x80x9cvan de oude stempelxe2x80x9d, zonder dat het belachelijk wordt. Tussendoor is er gewoon tijd voor school.
Het is een rustig kabbelend boek, en de acties die gevoerd worden, zijn echt op kindermaat. Niemand is extra sterk, of extra lief, de Bie schetst kinderen van vlees en bloed. Mamaxe2x80x99s en papaxe2x80x99s zijn aanwezig, net als broers en zussen (Juul heeft xc3xa9xc3xa9n broer: Karst). Zij zorgen voor afremming van de avonturenverhaallijn, en zorgen ervoor dat onze speurneuzen steeds kunnen terugvallen op een warm nest. De gezinssituaties van de personages zijn heel gewoon. De personages bieden voldoende diepgang in dit luchtige verhaal, ze zijn geen vlakke karikaturen. Het verhaal wordt verteld in de ik-vorm, je krijgt het verhaal te lezen vanuit het gezichtsstandpunt van Veerle, wiens moeder na haar geen kinderen meer kon krijgen. Dit gegeven wordt in het verhaal verwerkt, zonder dat het drammerig wordt, maar de lezer komt wel te weten dat dit soms weegt op het gezin.
Ook de rol van vriendschappen en hoe jongens en meisjes verschillend van elkaar zijn, komt aan bod: (xe2x80xa6) xe2x80x98Let maar niet op onsxe2x80x99, lacht Bart. Zo doen we wel vaker tegen elkaar. (xe2x80xa6)xe2x80x99 omdat we zulke goede vrienden zijnxe2x80x99. (xe2x80xa6) Als we naar binnen lopen denk ik aan Haidar en Bart. Zouden beste vrienden altijd zo tegen elkaar doen? Ik doe dat nooit met Juul, wel met Saskia. Met haar heb ik veel vaker ruzie en we katten best veel op elkaar. Zou Saskia dan eigenlijk mijn beste vriendin zijn? Of zouden jongens en meisjes dat gewoon anders doen?
De toon van dit boek wordt soms veel te uitleggerig, zoals aan het begin van hoofdstuk zes het geval is: (xe2x80xa6) xe2x80x9cJuul en ik hebben een handige truc verzonnen: met een dikke stok lopen we om de beurt langs de schutting en ratelen over alle planken om te kijken of er niet ergens eentje loszitxe2x80x9d (xe2x80xa6) waarna een hele pagina uitleg volgt over wat ze eerst deden, en zelfs het geluid van de stok wordt weergegeven.
Het boek zit vol woord- en taalgrapjes, wat de leesbaarheid en het willen verder lezen, versterkt. Veerles vader heet bijvoorbeeld Joost, en op p16 leidt dit tot volgende dialoog: (op weg naar de kinderboerderij, die ze niet gevonden hebben) (xe2x80xa6) xe2x80x98Geen idee, lieve schatxe2x80x99 (xe2x80xa6) xe2x80x98Weet jij het, Joost?xe2x80x99 xe2x80x98Joost mag het wetenxe2x80x99.
En wat is xe2x80x9ciemand heeft de papegaaien geschonken?xe2x80x9d zaten ze misschien in een fles?
Het taalgebruik en vooral de zinsbouw, konden veel beter op sommige momenten. Het verhaal wordt er stroef door, en werkt soms ronduit storend in dit verder vlotlezend boek, fris als een glas frisdrank met ijsblokjes.
Op p.41 lezen we dat zijn gezicht vertrekt. Terwijl de opzichter van de kinderboerderij, bij het denken aan die papegaaien een beetje triest wordt, dus zou er moeten staan dat zijn gezicht betrekt. (xe2x80x9calsof het ineens nacht in hem is gewordenxe2x80x9d, wat wel een mooie beeldspraak is)
P.43: een beetje duizelig ben ik nog steeds als we met zxe2x80x99n vieren door het park naar huis lopen.
Op p.87 staat ook een dergelijke zinsconstructie: xe2x80x9cWant het komt uit in een plantsoen met bosjes. Spelen we vaak, daar.xe2x80x9d
p.90: xe2x80x9cNog dichter ga ik achter Haidar lopen.xe2x80x9d
Redactiewerk zou hieraan kunnen verhelpen, want deze zinnen hebben een verkeerde woordvolgorde!
xe2x80x9cPetjexe2x80x9d lijkt voor Vlamingen helemaal niet xe2x80x9cheel ergxe2x80x9d op hoe hij echt heet: Patrick. Maar of dit element Vlaamse kinderen zal beletten dit een leuk weglezend boek te vinden, valt te betwijfelen.
De illustraties in zwart/wit door Wilbert van der Steen dienen enkel ter verluchting van de tekst, of als pauzetoets. Snelle pennentrekken, die geen emoties laten zien, en dat zou wel mogen, wanneer Juul huilt om haar oma die doodgegaan is, bijvoorbeeld. Terwijl achtjarigen voor wie het boek volgens de uitgever bedoeld is, mooie tekeningen in een leesboek wel weten te apprecixc3xabren. Dat hoeven ook niet steeds tekeningen in kleur te zijn.

13 januari 2011 at 18:55
Zo, Inge, dat is een recensie om trots op te zijn!
13 januari 2011 at 19:33
Top! Dierenroof lijkt me een heerlijk boek!
13 januari 2011 at 20:09
Een verdiend mooie recensie. Terecht voor dit leuke boek!
14 januari 2011 at 01:28
Wat een gedetailleerde recensie, wat een werk heeft de recensente daarin gestoken, zeg, inclusief concrete voorbeelden en alles. Knap werk!
En verder natuurlijk ook nog eens helemaal terecht, maar goed, da’s wat anders
1 februari 2011 at 22:13
Beste Katrien,
Ik wilde je mailen om te bedanken voor de grondige en kritische recensie van mijn boek, maar ik kan het natuurlijk net zo goed hier zetten.
Je hebt veel aspecten in je bespreking aangestipt die voor mij wezenlijk zijn voor het schrijven en voor de leesbeleving van kinderen. Door bijvoorbeeld je woorden ‘fris als een glas frisdrank met ijsblokjes’ en ‘de Bie schetst kinderen van vlees en bloed’ liep ik op wolkjes.
Na de landing waren de kritiekpunten aan de beurt en daar ben ik nog lang niet over uitgedacht. Natuurlijk (eigenwijs ben en blijf ik) ben ik het niet met alles eens, maar je hebt me heel wat stof tot nadenken gegeven. Ik ga hier zeker mijn voordeel mee doen en heb er veel aan.
Met vriendelijke groeten,
Inge